Uitttreksel 2. Frans-Vlaanderen en Artesië
Op zoek naar sporen van de Franse Nederlanden
DAG 2 HOUTLAND (Watten – Guînes: 45 km)
De familie Dumont woont aan de rand van de marais en sinds
gisteravond heeft hun enthousiasme over dit authentiek natuurgebied ons aangestoken en dus beginnen we onze dag tussen wateringen, waterwilgen en waterkroos. Les Marais Audomarois is een immens natuurgebied van 3400
ha ten zuiden van Watten. Het maakt deel uit van het Parc Naturel Régional
du Nord—Pas-de-Calais. De benaming ‘Audomarois’ is afgeleid
van Audomar (Sint-Omaar), een Germaanse monnik die in de 6de eeuw de streek
kwam kerstenen en er een abdij stichtte, waaruit de stad Saint-Omer is
ontstaan. Deze monniken zijn vanaf de 9de eeuw begonnen de moerasgronden
droog te leggen. Zo’n 160 km watergangen hebben ze door dit gebied
getrokken om het overtollige water af te voeren. Kleine sloten geven hun
water af aan grotere waterlopen die op hun beurt hun waters lozen in de
Aa, die te Gravelines in zee uitmondt.
We volgen het schetsplannetje van de Dumonts doorheen het ongerept gebleven
moerasgebied. Toch zien we overal sporen van menselijke aanwezigheid:
weekendhuisjes, kampeerterreinen, boerderijtjes. We ontdekken het overzetbootje
waarmee we aan de overkant moeten geraken. Geen roeispanen te bespeuren.
Tot we een ijzeren ketting opgerold zien liggen op de berm. Aan beide
kanten van het bootje is een ketting vastgemaakt. Het duurt even voor
we de truc doorhebben: je trekt gewoon aan de ketting die in het water
ligt want die gaat naar de andere oever; de opgerolde ketting valt geleidelijk
aan op de bodem terwijl je oversteekt.
Aan de overkant komen we in een wondere wereld van groen terecht. Sommige
gedeelten van de oever zijn voor een gewone fiets nog net berijdbaar en
meestal moeten we naast de fiets stappen. Maar dit is bijzaak want de
natuur eist al onze aandacht op. Wie hier een huisje gebouwd heeft toen
het nog toegelaten was, kan met een auto niets beginnen maar moet over
een boot beschikken om werk of winkel te bereiken. Een brede watergang
brengt ons naar de Pont de la Guillotine. Daar is een botenverhuurbedrijf
en met een bacôve kun je jezelf verloren varen in het spinnenweb
van wateringen.
De zon staat op haar hoogste punt als we in Eperlecques aankomen. In de
schaduw van het Forêt d'Eperlecques ligt een voormalig Duits Blockhaus
verscholen tussen de hoge bomen. Het is geen gewone bunker en zijn afmetingen
doen ons duizelen: een betonnen massa van 130.000 ton. Duizenden krijgsgevangenen
werkten eraan, honderden lieten er het leven. De constructie werd in het
geheim tussen de hoge bomen opgetrokken in 1943 en moest dienen als lanceerbasis
voor de V2-aanvallen op Londen. Toch werd de bunker tijdig ontdekt en
door de geallieerden zwaar gebombardeerd. Tijdens de rondgang krijgen
we via luidsprekers commentaar in het Nederlands met op de achtergrond
akelige geluidsfragmenten, die dit waanzinnig oorlogsproject weer tot
leven brengen.
Het is al na enen als we onze weg vervolgen naar Tournehem. We toeren
volop door het Houtland dat hoger gelegen is dan het Blootland maar ook
minder vruchtbaar. We laten onze ogen rondgaan over een gevarieerd landschap
met golvende landerijen afgewisseld met grote bosvlekken op de achtergrond.
De dorpsbebouwing is van het verspreide type. We hadden stilletjes gehoopt
onderweg een eetgelegenheid tegen te komen maar die komt er niet, er is
zelfs geen winkel te bespeuren. Dan maar ons noodrantsoen droge koekjes
en rozijnen aanspreken. Bovendien wacht er ons na een tijdje een serieuze
beklimming die ons op 120 m boven de zeespiegel brengt. In het noorden
liggen de zeepolders aan onze voeten. De wind heeft de nevels weggeblazen
en we ontdekken aan de einder de koeltorens van de nucleaire centrale
van Gravelines. Overal in 't rond steken dorpstorens in de lucht en we
proberen hen met onze verrekijker te identificeren. We blijven lang in
het gras zitten want steeds opnieuw ontdekken we andere details in de
verte. Links op een heuvel staat een vervallen windmolen tegen de achtergrond
van het woud van Tournehem en meer naar rechts ontdek ik een krijtsteengroeve.
In deze streek vind je ze op verschillende plaatsen. Ze leverden in vorige
eeuwen witte steen voor de bouw van plaatselijke kerken of hoeves. Krijtsteen
laat zich gemakkelijk bewerken en versnijden, maar heeft tegelijk het
nadeel dat het snel erodeert. Daarom zie je her en der huizen met speklagen
bak- en krijtsteen.