Uittreksel 1. Tussen Vlaanderen en Nederland
Grenzeloos fietsen van Zeeuws-Vlaanderen naar Belgisch-Limburg
DAG 4 ANTWERPSE KEMPEN (Bergen-op-Zoom – Chaam: 100 km)
De lucht oogt onberispelijk-stralend
en ik toer in een gezapig tempo door de Wouwse Plantage. Zo heet het bosrijke
gebied ten oosten van Bergen-op-Zoom. Ik volg de blauw-witte wegaanduidingen
op bomen en palen van LF 50. Deze jeugdherbergroute loopt van Bergen-op-Zoom
naar 's Gravenvoeren aan het meest oostelijke punt van Vlaanderen en is
in totaal 190 km lang. Ik moet terug wennen aan dit landtraject, want
tot nog toe had ik zeearmen, dijken, dammen en kanalen als bakens. Toch
fiets ik nog een tijdje langs de boorden van de Zoom, de rivier die in
de Kalmthoutse Heide ontspringt en langs de Noord-Brabantse stad stroomt
die zijn naam draagt. Geleidelijk aan kom ik in een halfopen landschap
terecht met overwegend akkerbouw. Ik speel meermaals haasje over met de
landsgrens, die gemarkeerd wordt door genummerde kegelvormige palen.
Het eerste Vlaamse dorp op mijn weg is Essen-Hoek. Akkerbouw heeft hier
de plaats geruimd voor weiden en veeteelt. Het onvruchtbaar heidegebied
van de Antwerpse Kempen komt eraan. Het is aangenaam fietsen in de middagzon,
de wegen zijn afgezoomd met hoge bomen die volop schaduw geven en druk
autoverkeer is ver weg. De wegaanduidingen laten meermaals te wensen over
maar met de stafkaart erbij kom ik toch in Sint-Lenaarts, aan het kanaal
Antwerpen-Turnhout. Eerst ga ik op zoek naar een eetgelegenheid, want
het is al laat op de middag.
Met vernieuwde energie ga ik op zoek naar het kanaal. Het is wel even
zoeken en navragen maar de geruststelling is groot als ik het stilstaande
water naast me weet. Tot Turnhout is het nog zo'n 20 kilometer. Het fietspad
heeft hier een royale breedte en op sommige plaatsen fiets ik door overwelfde
dreven. Aan weerszijden steken hoge schoorstenen in de lucht van in de
steek gelaten steenbakkerijen. Industriële archeologie van het luguber
type dat ettelijke kilometers aanhoudt.
Dichter bij Turnhout duiken moderne industriële steenbakkerijen en
keramiekbedrijven op. Zij maken allang geen gebruik meer van het kanaal,
maar ze hebben zich gevestigd op de plaats van de oude ambachtelijke fabrieken.
Kubussen vol bakstenen staan netjes op paletten in een onberispelijke
plasticverpakking te wachten op transport.
In de verte bemerk ik beweging in het kanaalwater. Als ik dichterbij kom,
zwemmen er kinderen in ‘t kanaalwater. Ze springen om ter snelst
en om ter verst in het water vanaf een vooruitstekend bruggenhoofd, het
enige overblijfsel van een verdwenen spoorwegbrug.
Ter hoogte van het gejoel tref ik een speciale wegwijzer aan. Bels Lijntje
is de volkse benaming van 'Belgische spoorlijn Turnhout-Tilburg'. De laatste
trein reed hier in 1973. Met de steun van de Europes Unie werd in 1989
op de oude spoorwegbedding een geasfalteerd pad opengesteld dat alleen
door fietsers mag gebruikt worden. 'Alleen fietsers, dus niet brommen!'
lees ik op panelen langs het pad.
terug | boven