Ward Van Loock

Fietsdoos ribbedebie in Italie

Wie verder van huis wil fietsen, zal ooit eens de fiets met het vliegtuig moeten meenemen. Maar, fietsen, vliegtuigen en vliegvelden, gaan die wel samen? Het laatste woord is hier zeker nog niet over gezegd. Ward van Loock neemt voort het eerst zijn fiets mee in het vliegtuig. Zijn verhaal over een fietsdoos die ribbedebie is. En dat nog wel in Italie.

 

Kotsbeu van het fietsen door het natte en koude voorjaar, wil ik in mei koste wat het kost de zon opzoeken. Van een diareportage over Sardinië was me bijgebleven dat er daar in het naseizoen weinig auto’s op de wegen te bespeuren zijn; dat fietsen op grote verbindingswegen meestal zorgeloos verloopt en dat de hellingen nooit steil uitvallen. Ik hoop dan ook vurig eind mei over stille wegen te fietsen, alleen met de ongerepte natuur.


Wat afschrikt is dat ik tot nu toe gewend ben om mijn fiets dicht bij me op de trein te weten en nu zou ik overgeleverd zijn aan het onberekenbare stouwgedrag van bagagebehandelaars op de luchthaven. Verhalen van geknakte wielen en ontregelde derailleurs na aankomst spoken door mijn hoofd.


Eigenlijk word ik niet zo angstig bij de gedachte twee uur lang hoog in de lucht te vertoeven, maar meer zorgen maak ik me over hoe mijn fiets het er vanaf zal brengen ? Ik had nochtans mijn voorzorgen genomen: een goed ingetapede gesloten kartonnen doos en moussekussentjes om uitstekende wielen en derailleur te beschermen. Er kon normaal niks misgaan. De stevige fietsdoos van mijn fietsenhandelaar kan dubbelgeplooid net in de kofferruimte van mijn auto met daar bovenop mijn fiets. Zo rijd ik naar de luchthaven.

 

Italiaanse nachten

Mijn allergrootste bezorgdheid is: waar kan ik deze doos bij aankomst achterlaten zodat ze bij terugkomst op het vliegveld kan dienen voor de terugreis? Ik wist van een andere fietstrekker dat hij bij terugkeer als een schooier allerhande karton moest bijeenzoeken in de achterstraten van Cagliari. Maar dit zal mij niet gebeuren, hoewel… het reisbureau had uiteindelijk geen oplossing voor mijn probleem en aangezien ik rondtrek en kampeer kan ik ze evenmin in een hotel ter bewaring achterlaten. Misschien heb ik kans bij de ‘Lost-and-Found’-afdeling op de luchthaven?

 

Non e possibile!”

[Cagliari 23.15u] Het duurt lang voordat mijn fiets opduikt in de aankomsthal van de luchthaven. Ik toog onmiddellijk naar de ‘Lost-and-Found’-afdeling in een poging mijn fietsdoos daar in bewaring te geven. Vooraf had ik enkele vragen in het Italiaans ingestudeerd. Maar ondanks mijn beste Italiaans en mijn beste glimlach blijft de dame aan de balie onverzettelijk: “Non e possibile!”.
Dan maar eerst mijn fiets (gelukkig onbeschadigd!) optuigen met achteraan kleerkast en vooraan keuken + tent. Banden oppompen, pedalen aanschroeven en het stuur rechtzetten. Het is een tijdrovend werk. Drie mannen kijken met opengevallen mond toe hoe dat in zijn werk gaat en ik zie de verbazing in hun ogen: mamma mia, hoe is het mogelijk om 25 kg bagage aan één fiets te hangen? Om daarop uitgebreid te antwoorden geraak ik in een boeiend gesprek gewikkeld. Het is ondertussen bijna middernacht en enkele carabinieri van de veiligheid beginnen ongeduldig te worden want na middernacht mag hier niemand meer rondhangen. Zelfs de signorina van de Lost-and-Found probeert mijn oplossing nog te dwarsbomen. Mijn drie supporters van de polizia di financia (douane) hebben echter nachtdienst en dus proberen zij sussend tussenbeide te komen. Ik ben voor hen een welkome afwisseling in hun nachtshift. Ik ruik mijn kans en vraag hen waar ik mijn scatola di cartone kan achterlaten. No problema, in nostro officio naturalmente! Een deur van een ongebruikt kantoortje gaat open en mijn fietsdoos schuiven ze in een hoekje, ondanks protest van zowel de stugge signorina als de strenge carabinieri-chef.

 

Mijn doos ribbedebie!

14 dagen later zou ik de doos gewoon weer ophalen voor de vlucht terug naar Brussel. Maar dit bleek niet zo evident.
Ik betreed, met mijn fiets aan de hand, de aankomsthal en probeer te achterhalen in welk kantoortje mijn fietsdoos ligt. Maar allerhande veiligheidsmensen versperren mij de weg; ze antwoorden zelfs niet op mijn verzoek! Ik roep de hulp in van de hostess van Sunsnacks, die me eerst de angst op het lijf jaagt door te zeggen dat je op Italianen meestal niet kunt rekenen. Waarschijnlijk is mijn doos ribbedebie! want behalve die douanejongens was iedereen er tegen om die doos daar achter te laten. Maar mijn hostess is een echte en dus onvoorwaardelijk behulpzaam. We togen samen naar de aankomsthal waar alle deuren zich voor haar openen en alle veiligheidsmensen opzij wijken. Zij is immers voor hen een vertrouwde figuur. De deur van de officio gaat open en al mijn zenuwen spannen zich om mijn maag. Oef, mijn fietsdoos staat er nog zoals ik haar achtergelaten had. Mijn hostess glimlacht vertederd wanneer ik het stevige karton kus.

 

terug | boven